Variabelen

Variabelen

In het vorige hoofdstuk zagen we dat er verschillende datatypes bestaan. Deze types hebben we nodig om variabelen aan te maken. Een variabele is een koppeling van een naam aan gegevens. In C# heeft elke variabele ook een type.

Een variabele wordt bijgehouden in het geheugen van je machine, maar in een programmeertaal als C# vragen we ons niet af waar in het geheugen. In plaats daarvan gebruiken we de naam van de variabele, de zogenaamde identifier, om de gekoppelde gegevens op te vragen.

De naam (identifier) van de variabele moet voldoen aan de identifier regels onder "Inleiding -> Afspraken code".

Variabelen aanmaken en gebruiken

Om een variabele te maken moeten we deze declareren, door een type en naam te geven. Vanaf dan zal de computer een hoeveelheid geheugen voor je reserveren. Hiervoor dien je op te geven:

  1. Het datatype (bv int, double).

  2. Een identifier zodat de variabele uniek kan geïdentificeerd worden (volgens de naamgevingsregel van C#).

Een variabele declaratie heeft als syntax:

datatype identifier;

Bijvoorbeeld: int leeftijd;

Je mag ook meerdere variabelen van het zelfde datatype in 1 enkele declaratie aanmaken door deze met komma's te scheiden:

datatype identifier1, identifier2, identifier3;

Bijvoorbeeld string voornaam, achternaam, adres;

Indien je reeds weet wat de beginwaarde moet zijn van de variabele dan mag je de variabele ook reeds deze waarde toekennen bij het aanmaken. Dit noemen we de initialisatie van de variabele.

int mijnLeeftijd = 37;

Eens een variabele is geïnitaliseerd, kunnen we deze (op de meeste plaatsen) gebruiken alsof we de gekoppelde waarde rechtstreeks gebruikten.

Waarden toekennen aan variabelen

Een initialisatie is een speciaal geval van een toekenning. Een toekenning houdt in dat je de waarde die bij een bepaalde naam hoort instelt. In C# mag dit ook indien de variabele al een waarde heeft.

Met de toekennings-operator (=) kan je een waarde toekennen aan een variabele. Hierbij kan je zowel een letterlijke waarde toekennen oftewel het resultaat van een berekening (een "expressie").

Je kan ook een waarde uit een variabele uitlezen en toewijzen aan een andere variabele:

int eenAndereLeeftijd = mijnLeeftijd;

Literal toewijzen

Literals (of "letterlijke waarden") zijn expliciet uitgeschreven waarden in je code. Als je in je code expliciet de waarde 4 wilt toekennen aan een variabele dan is het getal 4 in je code een zogenaamde literal. Wanneer we echter data bijvoorbeeld eerst uitlezen of berekenen (via bijvoorbeeld invoer van de gebruiker of als resultaat van een berekening) en het resultaat hiervan toekennen aan een variabele dan is dit geen literal.

Voorbeelden van een literal toekennen:

int temperatuurGisteren = 20;
int temperatuurVandaag = 25;

Het is belangrijk dat het type van de literal overeenstemt met dat van de variabele waaraan je deze zal toewijzen. Een string literal stel je voor met aanhalingstekens. Volgende code zal dan ook een compiler-fout generen, daar je een string literal aan een int-variabele wil toewijzen, en vice versa.

string eenTekst;
int eenGetal;

eenTekst = 4;
eenGetal = "4";

Als je bovenstaande probeert te compileren dan krijg je volgende error-boodschappen:

Literal bepaalt het datatype

De manier waarop je een literal schrijft in je code zal bepalen wat het datatype van de literal is:

  • Gehele getallen worden standaard als int beschouwd, vb: 125.

  • Kommagetallen (met punt .) worden standaard als double beschouwd, vb: 12.5.

  • Via een suffix na het getal kan je aangeven als het om andere types gaat:

    • U of u voor uint, vb: 125U.

    • L of l voor long, vb: 125L.

    • UL of ul voor ulong, vb: 125ul.

    • F of f voor float, vb: 12.5f.

    • M of m voor decimal, vb: 12.5M.

  • Voor bool (zie verder) is dit enkel true of false.

  • Voor char (zie verder) wordt dit aangeduid met een enkele apostrof voor en na de literal, vb: 'q'.

  • Voor string (zie verder) wordt dit aangeduid met aanhalingsteken voor en na de literal, vb: "pikachu".

De overige types sbyte, short en ushort hebben geen literal aanduiding. Er wordt vanuit gegaan wanneer je een literal probeert toe te wijzen aan een van deze types dat dit zonder problemen zal gaan (ze worden impliciet geconverteerd).

Nieuwe waarden overschrijven oude waarden

Wanneer je een reeds gedeclareerde variabele een nieuwe waarde toekent dan zal de oude waarde in die variabele onherroepelijk verloren zijn. Probeer dus altijd goed op te letten of je de oude waarde nog nodig hebt of niet. Wil je de oude waarde ook nog bewaren dan zal je een nieuwe, extra variabele moeten aanmaken en daarin de nieuwe waarde moeten bewaren:

int temperatuurGisteren = 20;
temperatuurGisteren = 25;

In dit voorbeeld zal er dus voor gezorgd worden dat de oude waarde van temperatuurGisteren, 20, overschreven zal worden met 25.

Volgende code toont hoe je bijvoorbeeld eerst de vorige waarde kunt bewaren en dan overschrijven:

int temperatuurGisteren= 20;
//Doe vanalles
//...
//1 dag later
int temperatuurEerGisteren= temperatuurGisteren; //Vorige temperatuur in eergisteren bewaren
temperatuurGisteren = 25; //temperatuur nu overschrijven

We hebben dus aan het einde van het programma zowel de temperatuur van eergisteren, 20, als die van vandaag, 25.

Last updated